Vertel.

‘Het is fijn om iets voor een ander te doen. Dat geeft je zelf ook voldoening. Het is makkelijk om daar cynisch over te doen, zo van: dat doet hij alleen voor zijn eigen eer en glorie. Dat vind ik een kwalijke dooddoener. Het is goed om mensen te helpen en het geeft helemaal niets als je je daar zelf beter van voelt. Dat zouden we juist moeten omarmen. Ik was laatst bij een groot Van Harte-diner voor 800 Amsterdamse ouderen. Een grote supermarktketen had 50 jongeren ter beschikking gesteld. Jongens en meisjes die normaal achter de kassa zitten of vakkenvullen hielpen nu met koken en bedienen. Wat mij opviel is dat tijdens de dansparty na het diner die jongeren aan het dansen en twisten waren met mensen van 90 en hun rollator. Via Facebook werden daarvan filmpjes gedeeld en je zag dat die jongeren ontdekt hadden hoe fijn het is om iets voor een ander te doen. Ik wil een kleine kruistocht houden tegen de cynici die roepen: ‘Ja maar ze kregen ervoor betaald’. Nou en? Ik wil dat verwijt niet meer horen! Je wordt er óók zelf beter van als je iets voor een ander doet, dus ga het alsjeblieft doen! Ga nú een appeltaart voor je buren bakken!’
-Joris Linssen-

Uit: Vertel.
KRO-NCRV
nummer 3/2018

Advertenties

Het hoeft niet mooi

Zelf iets maken, daar waagden we ons lang niet aan. Want van de juf op school kregen we nooit een schouderklopje voor onze maaksels. De truien die we breiden, kon je echt niet aantrekken. De tekeningen die we als kind instuurden, wonnen nooit een prijs bij de plaatselijke supermarkt. Nou ja, maakt niet uit, dachten we, creativiteit is iets voor andere mensen. Mensen die op een kunstacademie hebben gezeten of zo. Tot we eindelijk, hèhè, snapten dat het daar niet om gaat. Het belangrijkste is het doen, en niet het eindresultaat. Dus nu zitten we opeens op haakles (Irene), en houden we een one-sketch-a-day-boekje bij (Astrid). Nee, we laten niks zien. Maar het is dus zo leuk. En bovenal: lekker rustgevend. Zelf iets maken maakt echt gelukkig. En je hoeft niet meteen een Etsy-shop te beginnen, gewoon een beetje rommelen is ook al goed.
-Astrid en Irene-
flow weekly #03
Zelf iets maken
maakt gelukkig

Erfgoed

‘Ik zing al heel lang één liedje van mijn vader: Ken je mij. Dat is zo’n doorslaand succes geworden, dat zegt mij veel over de behoefte aan meer kwetsbaarheid. Mensen willen kunnen inzoomen op hun hart en hun gedachten. Het is voeding voor de ziel. Ook ik heb behoefte aan bezinning en ik ben gelukkig rijkelijk bedeeld met het erfgoed van mijn vader. Dat wist ik altijd al wel, maar nu ik me er helemaal in onderdompel, voel ik echt heel sterk waar ik vandaan kom. Het is onmogelijk het mooiste liedje te kiezen uit het oeuvre van mijn vader. Als je al denkt wat is Ken je mij prachtig: welkom in de snoepwinkel!’
Trijntje Oosterhuis

Uit: Vertel.
KRO-NCRV
nummer 3/2018

Vloeiende lijnen

Gisterenmorgen mocht ik meelezen vanuit de vloeiende lijnen die ontstaan als teksten door mensen vanuit hart én ziel met elkaar worden verbonden. Teksten die in de meest goede zin van het woord boodschappen verhullen en tegelijkertijd in dezelfde meest goede zin van het woord boodschappen openbaren. Teksten die laten zien wat woorden kunnen. Teksten die ontstaan zoals licht dat doorbreekt. Ik word daar stil van en ondanks die stilte luister ik terwijl ik meelees, en zo worden vloeiende lijnen die ontstaan vanuit hart én ziel met elkaar verbonden en in muziek vertaald … 

Echt

Ín het echt,
úít het jaar 2016 …

Na mijn bezoek aan Dimence fietste ik vanmiddag huiswaarts. Aan de kant van de weg zag ik haar staan. Een jaartje of vijftien, misschien al wel zestien zelfs. Dát weet ik niet precies. Ze riep naar mij: ‘Hallo, mijn moeder is een mán.’ Ik had nét de vaart in de snelheid en fietste door, stak mijn hand op als groet en riep terug: ‘Dat is helemaal goed toch?’ Even daarna hoorde ik haar roepen: ‘Écht?’

‘Mijn moeder is een mán.’ Zomaar een tekst door een dochter uitgesproken, of juist níét zomaar …?

Iets

Hij vroeg aan mij of het mogelijk was of ik dan op die dag in de kerk op het orgel ‘iets’ zou willen spelen en hij neuriede de eerste tonen van ‘dat iets.’ Ik antwoordde: ‘Dat is mogelijk’ en het geschiedde op de twintigste dag nadat hij mij de vraag had gesteld. Vanaf de tweede dag na de vraagstelling oefende ik op gezette tijden om mijn toezegging te kunnen nakomen en ik concentreerde mij bij het oefenen met name op het témpo van ‘dat iets.’ Het tempo dat het beste zijn gestage gang door het leven, maar bovenál zijn rustig kalme moed, accent mocht geven en dat ik, op geleide van zijn vraag, mocht hélpen gedenken, dan wel herinneren.  

Thuiskomst

Ná de paspoortcontrole van de vertrekkende vliegtuigpassagiers stappen de passagiers het gebied binnen dat airside wordt genoemd. Het gebied daarvóór wordt landside genoemd. In het airsidegebied zijn veel shops te vinden en ik stapte wel eens een shop binnen waar elektronica werd verkocht. Even kijken naar nieuwe handigheidjes én even kijken naar de verkoopprijzen daarvan in vergelijking met de verkoopprijzen in de shops aan landside. Voor wat betreft elektronica waren prijsverschillen marginaal, maar wat ik veel leuker vond was om eens even rond te kijken in dat soort shops en dan nét te doen alsof ik even later op reis ging. Dat ging ik niet, althans niet met het vliegtuig. Ik ging terug naar kantoor. Ergens tegenover het casino en nét naast de medische dienst binnen het gebied van de luchthaven dat airside wordt genoemd. Een prima plek voor ons kantoor en dan stelde ik vast dat ik de mooiste baan van de wereld had, ook omdat ik naar huis mocht gaan op het tijdstip waarop andere mensen aan hun werk begónnen. Drie uur later was ik thuis en voordat ik ging slapen schreef ik soms een aantal woorden voor alle mensen die onderweg waren én voor alle mensen die onderweg zíjn.
Woorden voor nu én woorden voor later.
Dat thuiskomst een feest zal zijn.

thuiskomst