De krant

Meestal lees ik de krant in de bibliotheek bij het wijkcentrum. Als mij die kans wordt gegund althans. Want er zit heel vaak een wat oudere man aan de leestafel. De man is al bijna zeventig jaar schat ik. Zelf ben ik in 1955 geboren dus behoor ik nog tot de wat jongere generatie, maar dit terzijde. Die wat oudere man heeft altijd de hele stapel kranten in beheer, terwijl hij in één van de kranten de kruiswoordpuzzel aan het oplossen is. En als ik dan vraag of ik misschien wellicht even een krant mag lezen gaan zijn neusvleugels trillen en maakt hij zich fysiek heel groot. Dan loop ik maar weg want om nou om een krant te gaan vechten in de bibliotheek bij het wijkcentrum… 

 
Vorige week was ik in de buurt van de bibliotheek in de stad en kreeg een blij gevoel over mij. Ik glimlachte zelfs spontaan want ik kreeg opeens een briljant idee. Ik kreeg het idee om die wat oudere man netjes te ontlopen door de krant te gaan lezen in de bibliotheek in de stad in plaats van in de bibliotheek bij het wijkcentrum. En jawel hoor, wie zit daar aan de leestafel met een nóg veel grotere stapel kranten dan in de bibliotheek bij het wijkcentrum? En weet u wat hij vroeg? Ik wel. Hij vroeg mij waar hij mij van kende want ik had zo’n bekend gezicht. Of ik soms de oudste broer van Herman Finkers was. Nu weet ik bij geval in welk jaar Herman Finkers is geboren. Het moet niet veel gekker worden vind ik… 

Ben jij dat?

Ben jij dat?

Soms vind ik
plotseling een
zachtgele vlinder
wachtend op mijn pad.
Dan denk ik: ben jij dat?
Dan weer een
kwieke jonge merel
zo vlak bij mijn voet
mij aankijkend als een vogel zelden doet.
Van jou een groet?
Of het lieveheersbeestje daarnet
dat uit de hemel viel
en vol vertrouwen op mijn vinger zat.
Was het jouw ziel
die ik voorzichtig neergezet
heb op een rozenblad?

Zo geef je me
steeds weer een teken
als ik er niet op reken.
Het maakt me
Iedere keer weer blij
ik voel je even weer dichtbij.

Uit: Helend Dagboek
Marlies van Son
Uitgeverij Personalia -Leens (Gr.) –

Je bent jong en je rouwt wat

Samenvatting zoals vermeld op de backcover van het boek:

‘Toen haar moeder overleed, dacht Lisanne van Sadelhoff (1989) als een typisch kind van haar generatie: er is vast wel een handboek met een helder stappenplan waardoor ik rouwen snel van mijn to-do-list kan schrappen. Guess what: dat was er niet. Wat er wel was: mensen die zich prompt tot rouwdeskundigen ontpopten en haar liefdevol bombardeerden met wijsheden en clichés. Soms schrok ze van wat ze zeiden (‘Gelukkig heb je de herinneringen nog’), of was het simpelweg te pijnlijk (‘Ik hoop dat je moeder rustig is gestorven’ NEE!!!), een andere keer hielp zo’n opmerking haar juist de dag door te komen (‘Je moeder is elke traan waard’). Het cliché dat Van Sadelhoff kan onderschrijven: ‘Elk rouwproces is uniek’. Je bent jong en je rouwt wat is daarom geen handleiding, maar een goudeerlijk boek dat pijnlijk duidelijk maakt dat alles beter is dan zwijgen.’

Met dank aan Lisanne van Sadelhoff en Bruna Zwolle-Zuid.

Koffie

Wat er was af te dingen op het voorgenomen beleid, dat aan cliënten woonachtig in de zorginstelling waar ik werkte, werd geleerd hun hulpvraag uit te stellen tot het moment van een in te stellen vast spreekuur.
Ik reageerde door te zeggen dat ik over het voorgenomen beleid nog niet had nagedacht, omdat de praktijk mij had geleerd dat veel cliënten het proces om te komen tot het formuleren van een hulpvraag nog niet hadden afgerond en dat juist dát, volgens mij, als eerste de aandacht zou mogen krijgen.
Het werd stil om mij heen en even later werd mij om verduidelijking van mijn reactie gevraagd. De verduidelijking kon ik recht uit mijn hart geven omdat ik tóén wist, en nú weet, hoe moeilijk het kan zijn een hulpvraag te formuleren die is gerelateerd aan, en is gebaseerd op, het ontbreken van het gevoel van welbevinden en dat, als het gaat om het aan cliënten leren een hulpvraag uit te stellen, expliciet wordt uitgegaan van de vooronderstelling dat de hulpvraag aanwezig is. En toen was er koffie maar koffie is er meestal op alle uren van de dag en op alle uren van de nacht, althans in de zorginstellingen waar ik werkte was dat wél zo. Daar hoefde ik nooit om te vragen.

Krieken

In deze tijd van het jaar wordt het buiten omstreeks 05:15 uur licht in die zin dat de duisternis van de nacht gaat wijken. In het oosten althans. Ik mag dat een aantal dagen van de week bewust meemaken en dat stemt tot een zekere vreugde, ondanks mijn merkbare slaaptekort. Bij het krieken van de dag drink ik dan soms een kopje koffie. Onderweg bij een benzinestation en anders thuis. Het is het krieken van de dag die in het oosten ontstaat en zich vervolgens uitbreidt over de rest van het land. Het geheel stemt mij tot vreugde, zeker als op de achtergrond zacht de muziek speelt terwijl ik achterin een taxi de ochtendkrant lees. Ik ben dan min of meer gelukkig. Gelukkig omdat ik leven mag en ik de nacht mag zien wijken terwijl een nieuwe dag prijkt. En ook al was de nacht grotendeels slapeloos, in afwijking van mijn oorspronkelijke bedoeling, overheerst dat geluksgevoel omdat het was zoals het was en het nu is zoals het ís.

Stoet

In meer dan door mij geliefde omstandigheden liep ik, zo omstreeks dit tijdstip, dan wel iets later, vooraan in een begrafenisstoet vanaf het rouwcentrum naar het graf. Een puur ambtelijke status lag daar voor aan de basis. De ambtelijke basis was vooraf getoetst en de toets werd beoordeeld door de kerkelijke ambtsdrager en bij twijfel door meerdere ambtsdragers. Het ging veelal goed en het leek zelfs of er sprake was van een zekere routine. Voor mij was niets minder waar. Ik telde in mijn nu vijfenzestige levensjaar drieëntwintig vergelijkbare situaties. Ik heb de aantallen bijgehouden en er was er geen dezelfde. Aan het graf werd soms kort gebeden. Er werd weinig tot niet gesproken want soms striemde de regen in de gezichten en werd besloten herwaarts dan wel derwaarts te gaan. Wij sloten dan af met: Want van U is het koninkrijk, en de kracht en de heerlijkheid, in eeuwigheid, Amen.
Zo ging het ongeveer en zo zal het binnenkort opnieuw gaan. Wellicht dagelijks. Misschien door andere lopers vooraan in een stoet. Vast en zeker.

Gesprek

Of ik in voorkomende gevallen de brief met de overdrachtsgegevens wilde opsturen vóórdat het eerste gesprek met de cliënt plaats zou vinden. Ik probeerde te antwoorden. Kreeg nog geen spoor van wat ook maar op een begin zou lijken en staarde uit het raam. Ik dacht aan wachtlijsten binnen de geestelijke gezondheidszorg. Wachtlijsten met namen van mensen die soms al langer dan drie maanden op die wachtlijsten ‘stonden.’ Ik dacht aan kennelijke capaciteitsproblemen en ik dacht na. Ik dacht na over de inhoud van de brief met de overdrachtsgegevens en ik dacht na over de periode van wachten van soms langer dan drie maanden. Daarna heb ik mijn jas aangetrokken en ben ik met ‘mijn’ cliënt naar zijn huisarts gegaan. De huisarts schreef iets op een blaadje van zijn receptenblok. Iets over de familiaire vorm van een degeneratieve psychose of zoiets. Precies weet ik dat niet meer, maar wat ik nog wél weet is dat ‘mijn’ cliënt dezelfde dag op vrijwillige basis kon worden opgenomen. Weliswaar bovenregionaal vanwege de wachtlijst bínnen de regio, want jawel: ‘orde moet zijn’ en de brief met de overdrachtsgegevens had ik zó getypt. Ik typte die brief in het verpleegkantoor én in WordPerfect want zó heette dat tekstverwerkingsprogramma. Met twéé hoofdletters. Perfect!

Gesprek

 

Vier mei 2020

Vier mei

Op vier mij tweeduizendtwintig hoop ik vijfenzestig jaar te worden. Dat is morgen. Mijn geboortedatum is niet standaard op Facebook vermeld. Voor dat laatste heb ik zelf gekozen, ook al kies ik nu om het op deze wat alternatieve manier te benoemen. Felicitaties zijn uiteraard welkom hoewel niet noodzakelijk. U en ik kennen elkaar immers. Morgen is er feest en toch ook niet. Die vermaledijde vierde mei. Dag van nationaal herdenken. Nationale Herdenking. Dinsdag vijf mei is Dag van de Vrijheid. Vijfenzeventig jaar bevrijd van onderdrukking, edoch nog niet van geweld. Mócht het zijn …