Levend water

Tranen
zijn dienstbaar
om gestold verdriet
tot stromen van levend water te maken.
(Parijs 13 – 14 november 2015)

Advertenties

Van tien tot acht

Op zien Twents: ‘Hoi Hans, wil je voorrr me werrrukun?’ ‘Tuurlijk, zeg maar wanneer…’ ‘Vnavond in Almelo, van tien uur tot morgenvroeg acht, gloof ik.’

Ik moest voortmaken. Een tandje bijzetten om op tijd in Almelo te zijn. Het kon allemaal maar nét. Krappe tijdsmarges als er laat ziekmeldingen binnenkomen van ingeroosterd personeel in de late-, slaap- en nachtdiensten van de kinder- en jeugdpsychiatrie. Ik ging het niet redden om op tijd te zijn omdat ik bij het station in Almelo de bus zag vertrekken terwijl ik nog niet was ingestapt. No problem. Even bellen en dan met de taxi snel naar de kliniek. Half elf aanvang dienst. Snelle overdracht, sleutelbos in de pocket en de pieper aan de broeksriem. Niet teveel nadenken. Gewoon gáán.

Op de een of andere manier begint een dienst soms wat beroerd. Nét iets te laat op pad moeten en nét iets te weinig in de koffer gestopt. Geen tijd meer om brood te smeren, overdag nét te weinig geslapen want die ochtend nét iets te laat uit een nachtdienst in Hengelo gestapt omdat de hele dagdienst in de file richting Hengelo stond, de koffie nét op, in die zin dat er geen voorraad was. Wél een briefje: sorry Freek, maar het was vandaag te druk om de voorraad aan te vullen. Vraag maar even aan José op B2 als zij tenminste weer beter is, want ze liep echt op haar tandvlees.

Het begin van een nachtdienst in de kinder- en jeugdpsychiatrie begint soms net zo chaotisch als het verloop van zo’n nacht. Daar is de klok op gelijk te zetten. De klok die overigens die nacht ook nog werd verzet. De nacht waarin veel mensen een uur langer mochten slapen en ik een uur langer móést werken. Nooit aan gedacht natuurlijk. Nog geen letter gelezen in de patiëntendossiers en de sleutel van de medicijnkast niet aan de sleutelbos. Dan komt het aan op improviseren. Want ‘succes kan ook met een reservesleutel worden behaald.’ Dat komt wel goed natuurlijk, althans ik koester die hoop dan maar. Géén slaapdienst die nacht en de achterwacht haar mobiele telefoon was in het toilet gevallen en die mobiele telefoon lag nu in rijst te drogen in de personeelskeuken op B6. Tsja. Dat is soms nog maar het begin en toch met een gevoel alsof er al een hele nacht opzit. Wel grappig om in de rapportage te lezen dat het briefje aan Freek over de koffievoorraad voor mij bestemd was omdat Freek zich ziek had gemeld. Dus logistiek klopte het wel weer ongeveer. José was helaas ook nog ziek en dus ‘nam’ ik B2 er voor een nachtje bij. Moet kunnen ook al mág het misschien niet helemaal zoals het soms moet. Maar ja, soms kan het echt niet anders en dan mag het wél. Dat is allemaal geregeld. Op papier althans.

En over de zondag en de maandag ná zo’n dienst: ik was dan een minder prettig mens om mee te verkeren en liet mij die dagen dan ook even niet zien …

Met dank aan Ivonne van Daelen voor de foto en de daarop afgebeelde tekst van het leidmotief.

Succes behalen

Rollerspel

Kennelijk was het zijn missie om zijn speelgoedauto zo ver mogelijk van zich af te gooien om die, nadat hij hem had teruggevonden, in zijn mond te stoppen. En weer en weer en weer. Zijn worpen werden steeds heftiger en zijn konen steeds roder. ‘Rollen’, zei zijn moeder. ‘Niet gooien.’ En elke keer wanneer hij het autootje in zijn mond stopte zei zijn moeder: ‘Dat is bah.’ Het boeide hem allemaal niet zo, althans hij deed alsof hij niet luisterde. Kapsel op windhoosstand en op zijn lippen bijtend ging hij door waar hij mee bezig was. Met hem was en ben ik van mening, dat wachten op bloedafname lang kan duren als er ‘nog dertig wachtenden vóór u zijn.’ Hij straalde uit dat hij zich helemaal te pletter verveelde in de wachtkamer van de prikpost in het ziekenhuis. Uit de blik van zijn moeder begreep ik dat zij het goed vond dat ik tegenover hem op de grond ging zitten om hem de beginselen van een rollende speelgoedauto bij te brengen. Daar was niet zoveel voor nodig. Hij koos positie door zichzelf op 1 knie achteruit te schuiven en te wachten op de dingen die komen zouden. Ik rolde zijn speelgoedauto rustig naar hem toe en even rustig kreeg ik die van hem teruggerold. Zijn moeder zei tegen mij: ‘Weet waar je aan begonnen bent, want hier houdt hij niet meer mee op.’ Even plotseling als het ‘rollerspel’ was begonnen eindigde dit. Hij was ‘aan de beurt’, werd de wandelwagen ingehesen en verdween achter de deur van de prikkamer.
Een kwartiertje later zag ik hem weer. Vervoerd in zijn wandelwagen op weg naar de auto van zijn moeder op de parkeerplaats van het ziekenhuis waar hij veilig in een kinderzitje werd gezet. Riempjes om de armpjes en in zijn mond een speelgoedautootje. Ach dacht ik: laat bah voor nu maar lekker zijn. Hij heeft immers vandaag alweer genoeg meegemaakt. Zijn moeder ook, ik wéét het.

Goes

De Grote of Maria Magdalenakerk uit 1423 staat in het centrum van de Zeeuwse stad Goes aan een pleintje ten zuiden van de Markt tegenover de rooms-katholieke Heilige Maria Magdalenakerk. Het pleintje ten zuiden van de Markt verbindt modaliteiten voor wat de betekenis van de namen van de beide kerkgebouwen betreft, en wellicht verbindt het pleintje eveneens de verschillende denominaties waar het gaat om de inhoud van de belijdenissen in de onderhavige gebouwen. Dat laatste weet ik niet ‘zeker’, het éérste wél, maar dit terzijde.

Voor vandaag: Vaste rots van mijn behoud. Het lied waar ik, tekstueel gezien, moeite mee heb vanwege het gehanteerde taalgebruik van weleer, maar ook het lied waarvan ik denk de bedoeling wel te begrijpen. Vaste rots van mijn behoud. Het lied dat vanwege de samenvoeging van tekst en muziek over het pleintje de ene kerk met de andere kerk verbindt en wat mij betreft volstaat dat. In de allermeest goede zin van het woord, althans dat mocht ik ter plekke vaststellen en dat laatste ervaar ik tot op de dag van vandaag als een bijzonder voorrecht.

Mezelluf

‘Het allerleukste aan Facebook vind ik nog wel het ISBN-nummer. De scan daarvan heb ik geprint. Mijn haren gingen recht overeind staan. Maar góéd dat ik alleen thuis was. Achteraf dan. Vooraf niet. Toen was de buurvrouw er. In haar eigen huis natuurlijk. Maar wárm dat het daar is. ‘Niet te geloven’, zei de buurman die mij kwam vertellen hoe warm het was. Dat u niet
denkt …
Nee, dat denkt u niet! En als u dat tóch denkt, morgen is er nog géén Elfstedentocht. De herinneringskruisjes zijn niet op tijd gereed. Vandaar.
Klaar!’
Uit: stukjes beneden de honderd woorden
-Mezelluf- 

Dank

Op het bijgesloten kaartje stond geschreven: ‘Dank, kus’ en vervolgens een naam. In de enveloppe zat ook nog een cadeaukaart van bol.com en verder stond er nog onder geschreven: ‘voor een boek ofzo …’

Zij was tweeënnegentig jaar en haar leven leek voltooid. Op haar drieëntachtigste kocht zij voor zichzelf een laptop. Het geld was het probleem niet. De installatie van de programma’s op de laptop ook niet. Het ging haar allemaal prima af. Er liep niets door elkaar. Alles was keurig geordend want ik heb een tijdje met haar mogen meelezen op de laptop zodat ik wist welke abonnementen op goede doelen te gelegener tijd moesten worden opgezegd, maar dit terzijde.

Van de cadeaubon heb ik drie dezelfde boeken gekocht. Twee daarvan heb ik weggegeven en de andere heb ik uitgeleend. ‘Dát dus’, schreef de auteur van het boek aan mij, ‘dát dus had je niet moeten doen. Groet, kus’ en vervolgens een smiley van een knipoog, zoals deze: maar dan nét iets anders …