Tijd van leven

Deo volente ga ik per toekomende datum 4 september 2021 opnieuw in loondienst werken. Per genoemde datum treed ik toe als rechthebbende voor wat betreft de algemene ouderdomswet zoals die wet híér te lande geldt, en dat betekent dat ik hoogstens twintig procent inkomensheffing hoef te betalen. Dat laatste is wel eens anders geweest, maar ja: eerst maar zien in hoeverre ik per de toekomende datum de betreffende leeftijd bereik.

De notaris beriep zich op iets als een annuïteitenleeftijd. Ik zoek het nog wel ergens op hoor. Ik beroep mij voorshands nog op mijn zwijgrecht zoals vermeld in mijn beroepscode want ook dáárin staat dat háárscherp omschreven. En voor wat betreft de notaris: dat is een ambt en ambtsdragers mochten sowieso tot hun zeventigste werken naar ik ooit leerde en dat bleek dan weer met de inkomensheffing te maken te hebben hoewel ik nog stééds niet weet van het verschil dienaangaande.

Ik heb een vrije middag en ga met de secretaresse van de notaris loungen op een terras. Óf lunchen, dát weet ik niet meer.

Starven

Een door mij gerespecteerd predikant gebruikt vaak het woord starven. Vanmiddag spraken wij er tijdens de koffie in de pauze kort over. Over ‘starven.’ Ik blijf sterven benoemen als sterven en niet als starven. Hij zei: ‘Broeder, vrínden zullen u en ik nóóit worden, maar er is genade voor u en vrede. Kijk, hoezeer ik het met hem oneens ben (wat hij weet), we respecteren elkaar wél en zó hoort het ook. Althans dat vind ik. Het is bijna 18:00 uur. In medische tijdsduiding. Áltijd met een dubbele punt en de vermelding van ‘de ure.’ Dat móét niet. Dat is juridisch iets makkelijker bij onvoorziene problemen om dat laatste wat minder móéilijk te maken. Ik ga naar de kapper. En wel nú, want des daags steekt mij de zon en in de nacht de maan. Maar ook dáár is de door mij gerespecteerde predikant het niet mee eens. Dat ik ook voor hém de koffie heb betaald weer wél en over het delen daarvan op Facebook óók …

Met vríndelijk groet,Hans Oud.

Onmeunig

Vanmorgen zag ik het, tijdens het schrijven van een recensie, langzaam licht worden en ik merkte dat dit mijn leven eveneens wat lichter maakte. Gesproken over waar ik dat dan aan ontleen. Ik ontleen dat aan het woordeke ‘wellicht.’ Wéllicht: prachtig om te ervaren. Nét als het boek waar ik de recensie over mocht schrijven, omdat ik dat als een voorrecht beschouw én er lichter door mag léven. Mooi toch …?
Onmeunig schreef ik en dat in de állerbeste zin van het woord.
Onmeunig mooi!

https://www.hebban.nl/recensie/hans-oud-over-het-schuilhuis?fbclid=IwAR1FUnBRoreBeK7UgrWheMDqD93zl__1IcKChbkvQ6cwqWdMCo4LJCwyndA

Vrijdagmiddag in kamer 202

Elke vrijdagmiddag belde ik aan bij kamer 202 in het bejaardenhuis. Eerst door een lange gang lopen en daarna, aan het eind van die gang, linksaf en dan nog tien pasjes en ik was er. Ik bracht wat boodschappen uit de drogisterij van mijn ouders. Meestal dezelfde boodschappen. Een buisje Chefarine 4, een blikje Potter’s Linia en nog wat andere boodschappen die ik mij minder goed herinner.

Elke vrijdagmiddag belde ik aan bij kamer 202. Kamer 202 was een begrip. Daar mocht niemand naar binnen en het was de bedoeling dat de boodschappen in een kastje met een doorgeefluik werden gezet, waarna ze er door de bewoonster van kamer 202 van het bejaardenhuis van binnenuit werden uitgehaald, en tóch belde ik elke vrijdagmiddag aan want hoe zou de bewoonster anders weten dat de boodschappen in het kastje met het doorgeefluik waren gezet? Op een andere dan elke vrijdagmiddag stond de deur van kamer 202 een stukje open en tóch belde ik aan. Zomaar naar binnen lopen was geen optie volgens mij. De deur ging een stukje verder open en ik werd uitgenodigd om binnen te komen. De bewoonster vertelde mij hoe het was gekomen dat zij nooit met iemand persoonlijk contact had. De bewoonster had een zwaar leven gehad stelde ik vast, nadat zij honderduit tegen mij had gepraat. Later leerde ik over begrippen als trauma’s en dergelijke die mensen kunnen overhouden aan opgelopen schokkende ervaringen.

Ik ben een aantal jaren elke vrijdagmiddag op exact dezelfde tijd op bezoek geweest en wij praatten over onze gezamenlijke muzikale voorkeur en ik hoorde dat zij nog pianoles had gehad van Pierre Palla en we praatten over andere zaken des levens. Over interneringskampen en over de omstandigheden in die kampen. Ik had er geen weet van hoe erg dat allemaal was, tot het moment waarop ik elke vrijdagmiddag aanbelde bij kamer 202 in het bejaardenhuis. In kamer 202 heb ik veel geleerd. Ik heb veel geleerd over hoe mensen in hun leven beschadigd kunnen worden. Ik leerde in kamer 202 te luisteren naar de betekenis van het begrip vrijheid voor iemand die te lang anders gewend was geweest en ik bedacht pas veel later, dat luisteren wellicht heilzamer is geweest dan de werking van de inhoud van een buisje Chefarine 4, dan wel van een blikje Potter’s Linia of van de andere boodschappen die ik mij, nog steeds, minder goed herinner.

IJsje

De notaris zei in de passende toonsoort en met aangepaste snelheid: ‘Mijnentwege wil ik de door u gevraagde wijzigingen partsgewijs doorvoeren door middel van renvooicijfers, zodat u met het u toekomende vakantiegeld wellicht nog iets leuks kunt doen. U kent dat uit de boeken.’ Daarna drukte de notaris op een knopje van het klokje dat hij voor zich had staan en vroeg vervolgens: ‘Verder alles goed met u?’ Ik antwoordde de notaris partsgewijs en daarna wist hij genoeg om te kunnen zeggen: ‘Meneer Oud, daar kunt u wellicht ooit nog eens een boek over schrijven, hoewel ik vrees dat u daar niet van zult kunnen leven.’

Pas veel later, toen ik weer doende was om huiswaarts te keren, meende ik te begrijpen wat de notaris bedoelde met ‘vrees om ergens niet van te kunnen leven’, maar dat laatste is een verhaal op zich, ‘dus’ dat vertel ik u een andere keer …

Ik ga een ijsje eten. Een Magnum®. En tenslotte: voor wat die ® betreft, het was nog even lastig zoeken maar het vinden daarvan is helemaal gelukt. Waarvan akte!
Met dank aan de notaris.

Rustig aan

Met de door hem uitgesproken woorden: ‘Hey, rustig aan jongen’ namen we zojuist afscheid in het winkelcentrum. ‘Hij’ had er de boel tamelijk op de kop gezet en ‘hij’ wenste iedereen het meest verschrikkelijke toe. ‘Hij’ wilde best wel met mij praten zei hij. Dat laatste wist ik al wel zo ongeveer omdat iedereen met een grote boog om hem heen was gelopen en ik begrijp dat wel. ‘Hij’ was tamelijk agressief naar mensen en dus ook naar mij. We liepen samen een stukje op. ‘Hij’ raakte mij niet aan en bleef praten. Over de maatschappij en over god als de controleur van het universum en over zijn verjaardag en over de regen. ‘Hij’ sprak niet incoherent en was niet merkbaar onder invloed van middelen. Ik gaf die informatie door aan de spoedarts die inmiddels per auto was gearriveerd. De spoedarts zei: ‘Dankuwel en tot de volgende keer maar weer hè?’ Ik knipoogde langzaam terug, want zó doen we dat nu inmiddels al een jaar of vijf …

Dank u wel

‘Ik loop naast u hoor meneer, dank u wel …’
Kennelijk liepen wij naast elkaar. Ik had het nog niet opgemerkt, maar na het horen van haar mededeling kon ik een glimlach niet onderdrukken en dat hoefde ook niet. ‘Dank u wel’ zei ze en ik zocht de schrijfwijze daarvan op via een app in mijn mobiele telefoon. In België is de correcte schrijfwijze: dank u wel. In Nederland is zowel dank u wel als dankuwel gebruikelijk voor wat betreft de schrijfwijze, maar los daarvan ervaarde ik de betekenis en ja, ervoer kan ook. Het is allemaal uitgezocht en dát mag u van mij aannemen.’Ik loop naast u hoor meneer, dank u wel …’ Mijn dag was alweer goed. En alweer wordt aaneen geschreven, maar soms aan één …

Openbaar bestuur

Ik werkte in het openbaar bestuur en leerde daar foutloos schrijven. Miste daarbij de menselijke maatstaf. Dat laatste is, of was, kennelijk evident. Evident is zo een woord dat past in foutloos schrijven. Tegelijkertijd een moeilijk woord. Evident. Later ging ik werken in de psychiatrie. Als nachtbegeleider. Ik leerde daar door mijn fouten begeleiden. Dat wat nét iets anders maar mínstens zo goed. Over lang verhaal naar kort verhaal gesproken …

Begeven

Op afspraak begaf ik mij naar het behandelcentrum waar ik eerder zelf werkzaam ben geweest. De afspraak was dat ik er nu als patiënt zou verschijnen en niet als werknemer. Het voelde voor mij alsof dat niet kon en ik besprak dat laatste met mijn huisarts. Over wat mij dan met name hinderde vroeg hij. Ik antwoordde dat ik het gevoel had aan de ‘verkeerde kant’ van de tafel te zitten. Mijn huisarts snapte mij en schreef desondanks tóch de noodzakelijke verwijzing uit. Ik kreeg die mee in een open enveloppe en deelde zijn mening en tóch bleef het lastig om mij naar de geplande afspraak van de verwijzing te begeven. Maar ik heb het wél gedaan. Inmiddels ben ik weer thuis en heb ik koffie gezet die ik ga drinken in combinatie met een hazelino die ik ga eten. Een hazelino is een mokkagebakje. Zoet, maar héél lekker. Wellicht is een hazelino ongezond voor wat betreft de suiker, maar de noten daarin compenseren dat vast wel. Nét als muziek, maar dát terzijde.

Struikelstenen

Wat ik eerst op routine mocht doen, vraagt thans denkwerk. Denkwerk over struikelstenen om het duitse met respect onverlet te laten. Ik struikelde vanmorgen over struikelstenen maar mocht op de stoep van een etablissement in de achtertuin een biertje drinken en geheel coronaproof. Mijn nachtdienst was finished en de FEBO lokte maar dááraan mocht ik weerstand bieden, hoe blij ik ook was met díé aanwezigheid, Maar dát is voor een volgende keer, hoop ik! Mooie dag gewenst! Ik ben thuis en volledig veilig!