Koffie

Wat er was af te dingen op het voorgenomen beleid, dat aan cliënten woonachtig in de zorginstelling waar ik werkte, werd geleerd hun hulpvraag uit te stellen tot het moment van een in te stellen vast spreekuur.
Ik reageerde door te zeggen dat ik over het voorgenomen beleid nog niet had nagedacht, omdat de praktijk mij had geleerd dat veel cliënten het proces om te komen tot het formuleren van een hulpvraag nog niet hadden afgerond en dat juist dát, volgens mij, als eerste de aandacht zou mogen krijgen.
Het werd stil om mij heen en even later werd mij om verduidelijking van mijn reactie gevraagd. De verduidelijking kon ik recht uit mijn hart geven omdat ik tóén wist, en nú weet, hoe moeilijk het kan zijn een hulpvraag te formuleren die is gerelateerd aan, en is gebaseerd op, het ontbreken van het gevoel van welbevinden en dat, als het gaat om het aan cliënten leren een hulpvraag uit te stellen, expliciet wordt uitgegaan van de vooronderstelling dat de hulpvraag aanwezig is. En toen was er koffie maar koffie is er meestal op alle uren van de dag en op alle uren van de nacht, althans in de zorginstellingen waar ik werkte was dat wél zo. Daar hoefde ik nooit om te vragen.

Krieken

In deze tijd van het jaar wordt het buiten omstreeks 05:15 uur licht in die zin dat de duisternis van de nacht gaat wijken. In het oosten althans. Ik mag dat een aantal dagen van de week bewust meemaken en dat stemt tot een zekere vreugde, ondanks mijn merkbare slaaptekort. Bij het krieken van de dag drink ik dan soms een kopje koffie. Onderweg bij een benzinestation en anders thuis. Het is het krieken van de dag die in het oosten ontstaat en zich vervolgens uitbreidt over de rest van het land. Het geheel stemt mij tot vreugde, zeker als op de achtergrond zacht de muziek speelt terwijl ik achterin een taxi de ochtendkrant lees. Ik ben dan min of meer gelukkig. Gelukkig omdat ik leven mag en ik de nacht mag zien wijken terwijl een nieuwe dag prijkt. En ook al was de nacht grotendeels slapeloos, in afwijking van mijn oorspronkelijke bedoeling, overheerst dat geluksgevoel omdat het was zoals het was en het nu is zoals het ís.

Stoet

In meer dan door mij geliefde omstandigheden liep ik, zo omstreeks dit tijdstip, dan wel iets later, vooraan in een begrafenisstoet vanaf het rouwcentrum naar het graf. Een puur ambtelijke status lag daar voor aan de basis. De ambtelijke basis was vooraf getoetst en de toets werd beoordeeld door de kerkelijke ambtsdrager en bij twijfel door meerdere ambtsdragers. Het ging veelal goed en het leek zelfs of er sprake was van een zekere routine. Voor mij was niets minder waar. Ik telde in mijn nu vijfenzestige levensjaar drieëntwintig vergelijkbare situaties. Ik heb de aantallen bijgehouden en er was er geen dezelfde. Aan het graf werd soms kort gebeden. Er werd weinig tot niet gesproken want soms striemde de regen in de gezichten en werd besloten herwaarts dan wel derwaarts te gaan. Wij sloten dan af met: Want van U is het koninkrijk, en de kracht en de heerlijkheid, in eeuwigheid, Amen.
Zo ging het ongeveer en zo zal het binnenkort opnieuw gaan. Wellicht dagelijks. Misschien door andere lopers vooraan in een stoet. Vast en zeker.

Gesprek

Of ik in voorkomende gevallen de brief met de overdrachtsgegevens wilde opsturen vóórdat het eerste gesprek met de cliënt plaats zou vinden. Ik probeerde te antwoorden. Kreeg nog geen spoor van wat ook maar op een begin zou lijken en staarde uit het raam. Ik dacht aan wachtlijsten binnen de geestelijke gezondheidszorg. Wachtlijsten met namen van mensen die soms al langer dan drie maanden op die wachtlijsten ‘stonden.’ Ik dacht aan kennelijke capaciteitsproblemen en ik dacht na. Ik dacht na over de inhoud van de brief met de overdrachtsgegevens en ik dacht na over de periode van wachten van soms langer dan drie maanden. Daarna heb ik mijn jas aangetrokken en ben ik met ‘mijn’ cliënt naar zijn huisarts gegaan. De huisarts schreef iets op een blaadje van zijn receptenblok. Iets over de familiaire vorm van een degeneratieve psychose of zoiets. Precies weet ik dat niet meer, maar wat ik nog wél weet is dat ‘mijn’ cliënt dezelfde dag op vrijwillige basis kon worden opgenomen. Weliswaar bovenregionaal vanwege de wachtlijst bínnen de regio, want jawel: ‘orde moet zijn’ en de brief met de overdrachtsgegevens had ik zó getypt. Ik typte die brief in het verpleegkantoor én in WordPerfect want zó heette dat tekstverwerkingsprogramma. Met twéé hoofdletters. Perfect!

Gesprek

 

Vier mei 2020

Vier mei

Op vier mij tweeduizendtwintig hoop ik vijfenzestig jaar te worden. Dat is morgen. Mijn geboortedatum is niet standaard op Facebook vermeld. Voor dat laatste heb ik zelf gekozen, ook al kies ik nu om het op deze wat alternatieve manier te benoemen. Felicitaties zijn uiteraard welkom hoewel niet noodzakelijk. U en ik kennen elkaar immers. Morgen is er feest en toch ook niet. Die vermaledijde vierde mei. Dag van nationaal herdenken. Nationale Herdenking. Dinsdag vijf mei is Dag van de Vrijheid. Vijfenzeventig jaar bevrijd van onderdrukking, edoch nog niet van geweld. Mócht het zijn …

Vroeg op pad

Vandaag was ik vroeg op pad. Eerst al heel vroeg wakker, zo omstreeks 04:30 uur. Dat ging zomaar vanzelf. Net als vroeger op een schoolreisje. Spanning en sensatie. Vandaag echter was ik te Utrecht. Voor een peremtoir. Vijf minuten praten en daarna weer terug naar huis. Ik ben daar bijna weer. Thuis dus, met een win-win situatie, hoe ik dat laatste bijna haat. Immers, het is het één of het ánder toch …?